Ik word er een beetje moe van, maar ik heb eigenlijk nog steeds niks te melden.
(En ik heb me toch weer een verhaal gebreeën, zei hij achteraf)

Ja, ok, ik heb vier afmeldingen binnen op sollicitaties (ook van een paar banen waarop ik toch wel een beetje zat te spinnen), maar ik heb er ook al weer acht de deur uit, geloof ik. De teller staat nu op 29 uitstaand …

Huisvesting? Geen nieuws. Zal binnenkort eens bij Gro langswippen om te vragen naar de exacte datum waarop ik weg moet. Ik dacht dat ze had gezegd de 20e van deze maand, maar ze zei ook iets dat dan niet in één keer alle drie de hytter verhuurd waren, dus dat ik wellicht een deur zou moeten opschuiven. Even navragen dus.

Over navragen gesproken: ga ik maandag doen bij de NAV (als jullie nu onthouden dat de NAV de instantie is die sociale zaken en arbeidsbureau en bijstand en gezondheidsadministratie in één portefeuille heeft, hoef ik in het vervolg alleen nog maar NAV te zeggen, in plaats van drie volzinnen. En jullie weten: mijn volzinnen zijn meestal extra gevuld, net zoals de soep van Royco. Bestaat die nog steeds, eigenlijk? De NAV dus). Ik ben daar vlak voor 1 april langsgeweest, om te melden dat ik niet langer sykemeldt was (raad eens: ziek gemeld), en dat ik dus als werkzoekend geregistreerd moest worden. Maar omdat ik zelfstandig ondernemer was (tot 1 april dus, daarna hebben we (£, J en ik) mij uit het Handelsregister laten schrappen), heb ik dus geen recht op werkloosheidsuitkering, en krijg ik alleen bijstand. En het punt is dus dat ik dat nog steeds niet gekregen heb. Woensdag was ik even binnengelopen om te vragen naar het hoe en waarom, en toen meldde men dat ik dat iedere maand moest aanvragen, en dat ik dus maar een afspraak moest maken. Dat wordt dus maandag. Ga ik meteen vragen waarom mijn melding van eind maart niet als aanvraag is genoteerd. Maar geld heb ik in elk geval niet; het handje dat ik begin maart heb gekregen, is nu inmiddels zo goed als op. We gaan het zien.

Verder?
Het begint hier lenteachtig te worden. Heb op aandringen van © haar “nieuwe” fiets gemaakt; die stond al geruime tijd in de schuur, te wachten totdat iemand een nieuw velglint tussen velg en binnenband zou monteren. Velglint gehaald (hoe heet dat dan weer in het noors? Felgbånd. Je moet er maar opkomen), gemonteerd, gaatje geplakt, boel weer in elkaar gezet, en © fietst als een koningin rond op de fiets die ze van Jennie doorgeschoven had gekregen. Kleren en spullen worden hier in het dorp vrijelijk doorgegeven aan een volgend kind met passende maten. De dochter van Gro komt regelmatig langs met kleren die voorheen door © en ® zijn gedragen.
Volgende projectje is de fiets die voorheen van © was, maar waarvan het lager in de stuurpen rottig was. Heb ooit, bij mijn bezoek aan Nederland, aan de fietsenmaker in Utrecht gevraagd of ie zo’n lager had, maar die vertelde mij dat iedere fietsenfabriek wel honderd verschillende “standaard” kogellagers kan gebruiken, dus dat ie ‘m gewoon moest zien om te kunnen bestellen. Alle goede voornemens om dat kogellager naar de fietsenmaker in Nederland op te sturen, of om op een andere wijze aan zo’n lager uit Nederland te komen, zijn op zijn Noors op de plank blijven liggen, maar toen ik in Askvoll bij de fietsenmaker was, vroeg ik hem naar zo’n lager, en hij zou daar waarschijnlijk ook wel de hand op kunnen leggen. Maandag dus even het voorbeeld meenemen als ik naar de NAV ga. Kan ® misschien vóór de kerst ook nog fietsen op het roze fietsje.

Mijn humeur en/of gemoedstoestand is redelijk optimaal. Heb nu dik drie maanden die (gaat ie weer) serotonineheropnameremmers geslikt, en vind het eigenlijk wel genoeg. Mijn leven is redelijk tot zeer ok, op drie dingen na: een baan, een huis en een Lief, maar daar valt mee te leven. En de bijverschijnselen beginnen opmerkelijker te worden dan de oorspronkelijke kwaal: droge mond, overmatig zweten, loopneus, inslaapproblemen en vermoeidheid, dus in overleg met dokter Daniël, ben ik aan de afbouw begonnen: drie weken lang elke dag een half pilletje, en daaarna om de andere dag een half pilletje. Moet dus een agenda gaan bijhouden.

Verder probeer ik via de computer her en der wat contactjes te leggen, maar dat heeft er nog niet toe geleid dat ik erkend ben als de Prins op het witte Paard.
Wat ik bijvoorbeeld van zo’n contact wél te weten ben gekomen, is dat de NAV opleidingen kan financieren die de kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten. En zij (ja, het was een zij) vertelde dat zij via de NAV haar groot-rijbewijs had gehaald in een veertiendaagse spoedcursus, en nu op de bus in Bergen reed.
En wat is altijd mijn Jongensdroom geweest? Broertjes? Zusjes? Kinders? Exen? Vrienden? Vriendinnen? Nou? Buschauffeur. Dus da’s iets wat ik in elk geval ga proberen. Niet toch? Nou dan!.

Verder? Af en toe een stukje fietsen (heb Holevik helemaal gehaald, aan de oceaan, 2½ uur uit-en-thuis), af en toe een stukje wandelen (vanavond nog stond ik bovenop de åse, het “bergje” achter de waterval, da’s lastig uit te leggen, zelfs aan mensen die hier geweest zijn), en voor de rest alleen muizenissen. (Leuk bruggetje maak ik weer, nietwaar)

Muizenissen dus. Ik krijg als ik zo achter mijn laptop stilletjes zit te muizen <gniffel>, af en toe bezoek van een muis. Maar omdat me dat begon te irriteren, heb ik de oude muizenval die ik in het keukenkastje had gevonden voorzien van een stukje kaas, en op de grond in de keuken gezet. En ‘s nachts (of de nacht erna, daar wil ik vanaf zijn), net in de nacht dat ik probeerde of ik met de gehalveerde serotonineheropnameremmers (die heb ik geknipt en geplakt, zo’n woord ga ik niet twee keer intoetsen) ook zonder inslaappil in slaap kon vallen (niet dus), hoorde ik om een uur of drie dus een KEDENG. Ik dacht: “da’s de muis”, en besloot om de boel verder te laten rusten tot de dageraad meer licht op het geval zou laten schijnen, maar blijkbaar was het muizennekje weerbarstiger dan de muizenval, want ik hoorde na een paar minuten “<schuifgeluid> BOINK <stil> <schuifgeluid> BOINK <stil> <schuifgeluid> BOINK <stil>”. Het arme beest probeerde dus zijn kop eruit te krijgen, maar zat dus klem in de val. Was ook de bedoeling van de val, maar de neerslagklep had ‘m dus moeten guillotineren, of in elk geval uit zijn lijdensweg moeten verlossen. Nu moest ik dat dus maar doen. De val met de muis opgepakt, en buiten aan de rand van het fjord neergelegd. Stilte keerde terug; alsnog een pilletje genomen, en de slaap gevat. De volgende morgen (middag) was de muis verdwenen, jammergenoeg (zo zou later blijken) met medeneming van de val.

De volgende avond (nee, het was overdag) was er echter weer eerst ritselgeluiden achter de wand, en even later weer trippelgeluidjes op de keukenplankenvloer. Daar was nummer 2, een jonkie dit keer. Onder de koelkast vandaan, op zoek naar brood- en/of andere kruimels. Waarschijnlijk omdat ie zo jong was, slaagde ik erin om ‘m in een hoekje klem te krijgen, en met de theedoek te vangen. Hatsikidee, over de rand van het fjord, en met genoegen zag ik dat ie stil bleef liggen op het rotsstrand. De natuur zal voor hem zorgen, dacht ik nog.
Toen was het woensdag, de meisjes waren hier. Toen kwamen we thuis van het buitenspelen, en hoorde ik trippelgeluidjes in de keuken. Daar aangekomen, zag ik dat er een jonkie zat in het lege vuilnisemmertje. Hoe ie erin gekomen is, vraag het me niet. De plastic tas met afval had ik ernaast gezet om naar de container te brengen, en in het emmertje zat dus een muis die verwoede maar vergeefse pogingen deed om de steile wand te beklimmen of te bespringen. Maar met de meisjes nieuwsgierig over het randje kijkend (“Mag ik ‘m aaien, papa?” “Neeeee!”), kon ik ‘m dus niet ter dood veroordelen, dus heb ik het vuilnisemmertje gepakt, en aan de overkant van de weg op het grasveld voor Gro’s huis een zwieper gegeven. “Kijk”, zei ik nog tegen ®, “een vliegende muis”.
Vandaag overdag weer een muis in het vuilnisemmertje (die laat ik dus zonder zak staan, want blijkbaar weten ze erin te komen, en niet eruit), en die muis meende ik dus een zachte edoch fatale dood te kunnen toebedelen, door – op vloed gewacht hebbende, zo’n 2 à 3 uur – hem met een grote boog het zilte nat in te zwiepen, maar het beest rechtte zijn rug, en zwom doodgemoedereerd terug naar het strand. Nou ja, dacht ik, da’s anderhalve meter lager, dus die komt voorlopig niet meer binnen.
Maar nu zit ik dus vanavond weer stilletjes in mijn kamer-annex-keuken, en ik hoor weer getrippel, en dar komt eerst een jonkie onder de koelkast vandaan, en even later komt er dus een volwassen exemplaar bij! Ik moet toch eens overwegen of er drastischere maatregelen denkbaar zijn. Misschien een setje muizenvallen uit de winkel, misschien aan J vragen of ik haar poes mag lenen, misschien de broodkruimels eens van de vloer vegen … Ik stel wel prijs op gezelschap, maar liever in een meer aaibare vorm.

(Nou speelt er een woordgrap door mijn hoofd, maar bij nader inzien blijkt die in ‘t Noors te zijn. Het noorse woord mus (inderdaad, met een lange uuuu uitspreken en dan hoor je ‘t: muis) heeft dezelfde tweede betekenis als de tweede betekenis van het nederlandse woord poes. Dus daarmee kan je leuk spelen <gniffel> als taalmens …)

Zo kan ie wel weer: het peil zakt, de stemming stijgt.

U hoort nog van me…