OK dan, op verzoek. Maar niet allemaal iedere keer komen vragen, hoor …

Dinsdagmorgen 12 mei, 4 uur, de wekker gaat.
Ik mag van mezelf nog even sudderen voor ik terugkeer naar het rijk der mensen, maar gelukkig besef ik me bij de derde sudder dat dat ding niet voor jandoedel zo vroeg loopt te blaten. De ochtend gloort al door de ramen …
Bed uit, douche in, douche aan, haren, bovenkant, onderkant, voorkant, achterkant, douche uit, lenzen in, scheren, oksels rollen, antishave (nee: aftershave), tandenpoetsen, gel, en weer terug naar de slaapkamer om aan te kleden. Op en top in het driedelig, waarbij ik wil aanmerken dat vest en colbert, vergezeld van het stroppie, voorlopig in de rugzak gaan, in afwachting van betere tijden.
Boterhammetjes, glaasje melk (je bent Melkbrigadier geweest of niet, tenslotte), papieren mee, rugzakje mee, en om 5:05 in de auto. Vijf minuten over schema. Vliegveld Bringeland om 6 uur, vliegveld Gardermoen om 7:30. Rookpauze (dat kan als je uit het vliegtuig komt, niet als je er héén moet, nietwaar, M <gniffel>) en dan langs geld- en kaartjesautomaat naar de katakomben waar de zilveren Flytog al staat te wachten. Met 200 km/u is Oslo maar 20 minuten van het vliegveld verwijderd en dus sta ik daar om 8 uur ‘s morgens op de Jernebantorget voor het station.

En dan begint het wachten deel 1.
Eerst bij de kiosk van Trafikkanten een dagkaart gehaald voor het Oslo’se openbaar vervoer, zodat ik me vrijelijk kan bewegen. 65 kronen, €6,50, voor 24 uur reizen binnen zone 01 met alles wat openbaarlijk beweegt, bus, tram, T-baan (de T staat voor tunnel), boot mocht ik dat willen, da’s volgens mij niet vreselijk duur. Het is in elk geval goedkoper dan enkeltjes.
Daar ook, omdat ze voor het grijpen lagen met het kennelijke oogmerk om gegrepen te worden (nee, het gaat niet over vrouwelijk schoon), het pas uitgekomen routeboek meegenomen. Kan verdikkie niet eens meer op een goed nederlands woord komen: het boek waarin alle vertrektijden staan van diezelfde bus, boot, tram en T-baan. Da’s voor een OV- en boekjesfanaat dus smulkoek, maar dat terzijde.
Verder gewandeld door de stad, door de Karl Johann gate (ongeveer het Damrak van Oslo: veel winkels in de toeristische en duurdere sector), vanaf het Jernebantorget naar het koninklijk paleis.

(Ik op de voorgrond, paleis des konings op de achtergrond. Tegen de zon inkijkend, vandaar)

Afijn, op tijd weer terug bij het station, ingang van de T-baan gevonden, lijn 4 afgewacht en twintig minuten later stapte ik uit in Nydalen. Ernstig leuk plekje, zo ontdekte ik na enige tijd: gebouwen van eind 19e, veelal oude fabrieksgebouwen, die allemaal opgeknapt zijn, en uitgerust als moderne kantoorgebouwen. De buitenkant heeft nog veel van de ouderwetsheid in stand gehouden gekregen geworden. Ouderwetse nieuwigheid. Even gewandeld (had ik nog niet gedaan tenslotte), bekeken waar ik moest zijn, en toen weer terug naar het pleintje boven het T-baanstation.
Omdat de Noren in het algemeen vroeg zijn (de normale kantoordag loopt hier van 8 tot 16), besloot ik mijzelf van wat lunch te voorzien, en heb bij het Nærvesen een pølsebrød = broodje worst (integreren voor gevorderden), wat van die kantenklaar sandwiches, een banaan en wat te drinken gehaald. Op mijn gemakkie in het zonnetje opgegeten. Toen het tijd was, de bovenste knoop van het overhemd gesloten (is dat overhemd gekrompen, is mijn nek dikker geworden of ben ik ‘t gewoon niet meer gewend, maar het lukte slechts met enige moeite), de stropdas omgeknoopt, en vest en colbert uit de rugzak bevrijd. Breivest en jack gingen ín de rugzak, en om 12:45 stond ik bij de receptie. Die wilden me nog niet eens doorbellen naar boven, zo vroeg was ik.

Afijn: de dame van PZ kwam me halen, naar boven, nog twee andere dames, eentje mild zwanger (die moest ik dus gaan vervangen), de ander niet zwanger (of althans niet zichtbaar). Goed, zij wat over het bedrijf vertellen, ik wat over mezelf vertellen, vragen heen, vragen terug, ook antwoorden terug trouwens. Ik had voor mijzelf wel het idee dat ik het er niet onaardig vanaf bracht. Bracht zelf ook dingen uit de praktijk naar voren, waarbij Mevrouw Zwanger herkennend zat te knikken. Mevrouw Niet-zwanger was trouwens de chef van de afdeling en zij zetelde in Helsinki. Na enige tijd bleek mij trouwens dat Mevrouw Zwanger de hele afdeling was 🙂
Ze hadden vijf kandidaten op gesprek gevraagd. Vroeg trouwens, want de sollicitatietermijn liep nog tot en met 14 mei. Eén kandidaat zou nog komen, en daarna zouden ze tijd gaan besteden om te bepalen wie er voor een tweede ronde uitgenodigd zou worden. Dat wordt dan over twee weken, want volgende week is weer een rare week. Maar vóór het einde van de maand in elk geval. Kwart over twee stond ik weer bij de receptie waar ik mij bevrijdde van strop, vest en colbert. Het jack bleef trouwens ook in de rugzak, want het was ongeloveloos mooi weer.

Terug naar het centrum heb ik bus 37 gepakt. Het zijn mooie bussen smiley, en ze hebben als voordeel ten opzichte van de T-baan dat ze bovengronds rijden, zodat je wat van de stad kunt zien. Mooie stad ook wel, beetje oud, maar niet krakkemikkig oud, als je begrijpt wat ik bedoel. Weer wat rondgeslenterd, wat langzamer deze keer, omdat mijn tenen overduidelijk niet gewend waren aan mijn nette schoenen, en de nagel van mijn kleine teen protesteerde tegen de nabijheid van het soepele leder boven hem. Zere voeten dus. Wel nog even de Opera bezocht: spiksplinternieuw gebouw, een paar maanden geleden door het Koninklijk Paar geopend aan het water.
Alle Noren spreken er hogelijk over, maar ik was er niet vreselijk kapot van. Ja leuk, je kunt vanaf het straatniveau helemaal schuin omhoog lopen tot bovenaan, maar dat kan je vanaf het Nemo-gebouw boven de IJtunnel in Amsterdam ook. Tegen vieren weer terug bij het station, alwaar ik mijzelf een pilsje heb gegund op het terras. 65 kronen, net zo duur als een dagkaart dus, alleen doe je met een halve liter minder lang.

Daarna bus 34 gepakt (handig, hè, zo’n busplusboekje smiley) en op bezoek gegaan bij Gøril. Voor de outsiders: Gøril is de halfzus van mijn voormalige noorse liefde die na een halfjaar wederzijdse kennis overleden is (geen causaal verband overigens). Dat was heel gezellig: ondanks het feit dat we elkaar slechts twee keer in de lijve hadden ontmoet (de eerste keer na de begrafenis in Trondheim, samen roken op het balkon, weet je nog, M?; de tweede keer heel kort toen zij een soort van studiereis naar Nederland maakte), was het alsof we al jaren bij elkaar over de vloer kwamen. Gegeten, beetje met haar dochtertjes van 5 en 3 gespeeld, met haar partner Nikolai gebabbeld, en om half negen samen naar de bus gelopen. Ze zou me eerst naar het station rijden, maar vele, zo niet de meeste Noren die het etiket van iets alkoholhoudends hebben gelezen, rijden daarna niet meer; niks niet met één biertje gaat het nog wel. Maar de bus (lijn 74 dit keer) bracht me snel naar het station. Daarna weer de flytog, inchecken, naar Gate 2 aan het eind van de laaaaaange gang, in het hoppertje, propellors aan, en hoppakee, een uurtje later stonden we weer op Førde. Was wel mooi: we vertrokken om 22 uur, en door de laagstaande maar nog steeds lichtgevende zon, ontstond er een prachtig reliëf boven op de nog steeds met sneeuw bedekte bergen en de tuimeloos diepe fjorden ertussenin.
Om 23 uur bij het autootje, en gelukkig herinnerde ik me op tijd dat de tank bijna leeg was. Heb je dan geen lampje, hoor ik jullie zeggen? Jazeker heb ik dat, en dat brandde ook vol vuur toen ik op weg was naar het hogergelegen vliegveld, maar op weg terug ging het bergafwaarts en toen meende het metertje dat we de hele wereld nog wel aankonden. Misschien wel de hele wereld, maar de 45 km van Førde naar Stongfjorden zouden we mooi niet gehaald hebben. Gelukkig een kaartbediende pomp gevonden en vol benzine en goede moed naar huis. Even over twaalven thuis.

Ik ga dus over twee weken horen of ik voor een tweede gesprek uitgenodigd ga worden. Op zich is een baan leuk, maar ik geef zelf de voorkeur aan Bergen: die stad is goedkoper om te leven en deze regio hier is daarvanddan gemakkelijker te bereizen.

Kort nog overige zaken:
– Heb maandag een gesprek gehad met Stian Hårklau van Firda Billag: hij heeft mij een mooie aanbeveling gestuurd met de mededeling dat zij mij in dienst zullen nemen wanneer ik met een Rijbewijs D en alle overige papieren kom aanzetten. Naar de NAV dus en vragen hoe nu verder: heb wat rondgeneusd maar zo’n chauffeursopleiding gaat al gauw 30.000 ~ 70.000 kr kosten.
– Advertentie gevonden waarin gevraagd wordt naar taxichauffeurs voor Bergen: daar is een Kjentskapsprøve nodig – “bekendschapsproef”, of je de weg wel weet. Die kost kr 9000, dus wellicht is dat een alternatief als de NAV optie 1 bezwaarlijk zou vinden.
– Vandaag 17 Mai gevierd, de nationale feestdag. Kindertjes hadden op school het volkslied geleerd (Ja, vi elsker dette landet, Ja wij houden van dit land), en daarnaast ook nog dansjes en liedjes van Mamma Mia, die ze dus hedenmiddag, na de plichtmatige optocht door het dorp (we gingen noordom dit jaar, volgend jaar dus weer zuidom), op het toneel van het grendehus vol verve ten gehore brachten.
Daarna brachten Johanne, Julie, Isabel, Andreas, Charlotte S, Kristine, Peter en Charlotte J enkele nummers op de blokfluit ten gehore:

Ik laat het hierbij.
Als er verder nieuws is, horen jullie van me.

Grt

PS: terwijl ik mijn wrochtsel nalees, slaat de muizenval weer dicht 🙁